Regio

Achterhoek+

Contactpersoon:

Laatst bijgewerkt: 06-11-2017

Samenwerken aan water in Achterhoek+ 

De regio Achterhoek+, bestaande uit de gemeenten Aalten, Berkelland, Bronckhorst, Doetinchem, Lochem, Montferland, Oost Gelre, Oude IJsselstreek , Winterswijk en Zutphen en het waterschap Waterschap Rijn en IJssel (WRIJ), is al sinds het midden van de jaren 90 actief. Sinds 2010, toen het BAW 2011 actueel werd, heeft dit samenwerkingsverband zich geleidelijk steeds meer gefocust op samenwerking in de afvalwaterketen. 

In deze Achterhoek werken gemeenten en het waterschap intensief samen in de afvalwaterketen. Dit gebeurt op verschillende schaalniveaus. Grotere onderwerpen, die heel goed in een breder samenwerkingsverband kunnen worden regelen we op het niveau van Achterhoek+. Veel onderwerpen die een wat kleiner team vergen, pakken we op in de afvalwaterteams. Een onderwerp als meten en monitoren hebben we georganiseerd met een aantal gemeenten die dat samen willen doen en daarbij is Achterhoek+ geen grens maar wel een stimulerende omgeving. Soms zijn het juist de afvalwaterteams die onderwerpen oppakken voor het grotere geheel. Hiernaast worden breder toegankelijke themabijeenkomsten georganiseerd. Het gezamenlijk oppakken van onderwerpen op de juiste schaal noemen we multischalig samenwerken. 

De regio Achterhoek+ kent het Beraad Water (ambtelijk, meer op beleidsniveau), Het technisch Overleg Riolering (TOR, breder dan Achterhoek+), het managersoverleg Achterhoek+, en het Bestuurlijk Overleg Achterhoek+ . 

Bestuurlijke Visie op de samenwerking 

Bestuurlijk is in 2012 een visie op de samenwerking opgesteld om de manier van werken en de regionale kerndoelen voor iedereen transparant te maken (Bestuurlijke Visie 2012). Deze kerndoelen zijn: 

  • Een mooi, veilig, schoon, gezond en duurzaam beheer van het watersysteem en de waterketen en de kwaliteit van het beheer waar mogelijk vergroten. 
  • Deskundigheid met elkaar delen. 
  • De kosten voor water- en rioleringsbeheer met minder meerkosten laten stijgen in de lijn met het landelijk feitenonderzoek. 
  • Projecten in principe gezamenlijk oppakken, maar partijen zijn niet verplicht tot deelname en behouden hun autonomie. 
  • Meer communiceren, vooral gerichter naar buiten de Achterhoek. 

Deze bestuurlijke visie maakte indertijd duidelijk dat samenwerking in de afvalwaterketen voor de deelnemende partijen geen vrijblijvende activiteit was. 

De afvalwaterteams in Achterhoek+ 

Naast het samenwerkingsverband Achterhoek+ bestaan in het gebied van Achterhoek+ 6 afvalwaterteams. Dit zijn autonome teams die veelal georganiseerd zijn rondom gezamenlijke zuiveringskringen. Zo zijn er afvalwaterteams waarin de gemeenten één zuiveringskring delen (de AWT’s Zutphen en Olburgen), afvalwaterteams waarin meerdere gemeenten meerdere zuiveringskringen delen ( de AWT’s Etten en Wintlicht) en afvalwaterteams waarin in één gemeente meerdere zuiveringskringen zijn (de AWT’s Berkelland en Aalten). 

Achterhoek+: Van BAW naar resultaat 

In Achterhoek+ is naar aanleiding van de bestuurlijke visie, net als in veel andere gebieden begonnen met het uitwerken van een regionaal feitenonderzoek. In dit feitenonderzoek is op basis van het landelijke feitenonderzoek bepaald wat de BAW-opgave voor de partijen in Achterhoek+ betekent. We zagen ons geconfronteerd met € 9,4 miljoen aan mindermeerkosten per 2020 (omgerekend naar het prijspeil van 2013). 

In dat zelfde feitenonderzoek hebben we samenwerkingskansen geïdentificeerd. Deze samenwerkingskansen zijn: 

  • Meten monitoren, analyseren en beheren van data 
  • Decentrale behandeling van afvalwater 
  • Verlengen van levensduur 
  • Alternatieve financieringssytematiek 
  • Omgaan met wateroverlast en klimaatverandering 

Deze samenwerkingskansen zijn vervolgens uitgewerkt in een gezamenlijk maatregelenprogramma Achterhoek+. Daarmee is vanaf 2013 aan de slag gegaan, onder toeziend oog van het managersoverleg. 

De resultaten en producten tot nu toe 

  1. Resultaat minder meer 
  2. Meten monitoren, analyseren en beheren van data 
  3. Decentrale behandeling van afvalwater 
  4. Verlengen van levensduur 
  5. Alternatieve financieringssystematiek 
  6. Omgaan met wateroverlast en klimaatverandering 
  7. Ook regionale themabijeenkomsten in Achterhoek+ 

1. Resultaat minder meer 

Over de bereikte mindermeerkosten wordt jaarlijks gerapporteerd naar de koepels. Deze rapportage vindt plaats op het niveau van de afvalwaterteams. Aangezien in het afvalwaterteam Olburgen ook de gemeente Doesburg en het noordelijkdeel van de gemeente Rheden deelnemen is de BAW-opgave waarover gerapporteerd € 10,6 miljoen. 

Ultimo 2016 staat de teller op 11,1 miljoen aan minder meerkosten. Daarmee is nu al 104 % van de BAW-opgave gerealiseerd. 

Ook wordt jaarlijks aan het managersoverleg Achterhoek+ gerapporteerd in de vorm van de BAW-monitor Achterhoek++. De meest recente versie daarvan is de BAW-monitor Achterhoek++ voorjaar 2017.

Zoals uit deze rapportage blijkt worden de mindermeerkosten bereikt door: 

Verlengen levensduur/ risico gestuurd beheer: Veruit het grootste gedeelte van de mindermeerkosten worden bereikt door op een andere manier, dan in het verleden, te werken aan de riolering. In het verleden werd veel meer gedacht en gepland vanuit een verwachte levensduur waar nu steeds vaker op basis van inspectie of een stuk risicocalculatie gekeken wordt of de riolering aan vervanging toe is. Hierdoor kunnen in het verleden geplande investeringen geheel of gedeeltelijk vervallen of naar de toekomst toe opgeschoven worden 

Relinen: Een ander veel voorkomend voorbeeld in Achterhoek++ is het toepassen van relinen. Met deze alternatieve vervangingsvorm vallen de kosten van de vervanging veel lager uit dan waar in het verleden rekening mee gehouden was. 

Kosten vervanging drukriool: De drukriolering in het gebied blijkt ook een aanmerkelijk hogere levensduur te kennen dan was verwacht. Dit betekent dat vervanging van persleidingen en voor een deel ook de bijbehorende pompunits in de tijd opgeschoven kan worden. 

Heroverwegingen: Ook worden veel geplande investeringen heroverwogen. Hierbij kan vooral gedacht worden aan heroverweging van randvoorzieningen maar bijvoorbeeld ook het heroverwegen van telemetrievoorzieningen. 

Optimalisatiestudies: Het waterschap en de gemeenten weten aanzienlijk mindermeerkosten te realiseren door investeringen te verminderen naar aanleiding van optimalisatiestudies. 

Samenwerkende waterschappen: Door samen te werken met collega-waterschappen vallen de kosten voor energie, afzet van compost, automatisering en belastingheffing en -inning lager uit. 

Energiebesparing: Op de RWZI’s zijn aanmerkelijk lagere energiekosten gerealiseerd. 

Gezamenlijk meten en monitoren 

Andere voorbeelden van mindermeerkosten: 

  • Met minder mensen/inhuur dan gepland hetzelfde werk doen 
  • Oude investeringen afboeken van voorziening zodat kapitaallasten van deze investeringen niet meer op de toekomst drukken 
  • Samenwerken met woningbouwvereniging (bijdrage)  
  • Afkoppelen met als gevolg lagere kosten 
  • Minder slibproductie op de RWZI’s 
  • Lagere onderhoudskosten 

2. Meten monitoren, analyseren en beheren van data 

De gemeenten Bronckhorst, Lochem, Zutphen en Montferland en Waterschap Rijn en IJssel, grofweg het westelijke deel van de Achterhoek, hebben het initiatief genomen om samen een regionale hoofdpost voor waterketenbeheer op te zetten. Het gaat daarbij om een hoofdpost met aansluitingen op meetapparatuur van rioolgemalen in zowel stedelijk gebied als buitengebied, in de riooloverstorten en grondwaterpeilbuizen. Aanleiding om te komen tot een regionale hoofdpost is dat het beheer en onderhoud van de afvalwaterketen kapitaal- en arbeidsintensief is en vanuit verschillende locaties en specialisten plaatsvond. Daarnaast werden investeringen voor te treffen maatregelen in de riolering en zuivering tot op heden hoofdzakelijk genomen op basis van theoretische berekeningen, die mogelijk niet overeenkwamen met de praktijk. We willen steeds meer weten wat er onder de grond gebeurt. Daarom wordt er veel gemeten aan het werkelijke systeemgedrag en dit als input wordt gebruikt voor de onderbouwing van maatregelen op basis waarvan de afvalwaterketen doelmatiger en duurzamer kan worden ingericht. Het doel van de hoofdpost is het professionaliseren van het dagelijks beheer (waaronder het gemalenbeheer met de bijbehorende storingsafhandeling) en gezamenlijk kennis en inzicht te krijgen in het functioneren van de (afval)waterketen. 

In 2011 hebben de vier gemeenten en het waterschap het besluit genomen om deze ontwikkeling samen op te pakken. Vanaf begin 2012 zijn marktpartijen begonnen met de realisatie van het de regionale hoofdpost inclusief meetsysteem. De meetgegevens die worden verzameld door de gemeenten en het waterschap, worden bijeengebracht in één gezamenlijke regionale hoofdpost. Deze hoofdpost maakt het mogelijk om meetgegevens te analyseren. Om dit te bereiken worden de grafische presentaties van de hoofdpost zo ingericht dat de rioolbeheerders maximaal inzicht krijgen in het functioneren van de rioolstelsels op basis van hun meetgegevens. 

Ondertussen zijn de gemeenten Aalten, Arnhem, Doesburg, Duiven, Rijnwaarden, Westervoort en Zevenaar op dit initiatief aangehaakt. 

Voorbeeld analyse draaiuren gemaal Didamseweg
Presentatie Manageroverleg over Regionaal Meetsysteem

3. Decentrale behandeling van afvalwater 

Het uitgangspunt bij dit onderwerp is dat doelmatigheidswinst te realiseren moet zijn in de drukriolering in het buitengebied. Als eerste is het werkdocument “Doelmatigheid drukriolering Achterhoek+” opgeleverd. Daarin was de vraag: Hoe kan de relatie “lozingen in het buitengebied” met de leefomgeving en het water- en bodemmilieu “in orde” blijven tegen de laagst mogelijke kosten en goede dienstverlening en rekening houdend met de ontwikkelingen over grondstoffen, energie en duurzaamheid. In dit werkdocument is de aanwezige kennis bij waterschap en gemeenten opgesomd. Eindrapport Doelmatigheid Drukriolering Achterhoek+

Het werkdocument is bedoeld als bron voor het eindrapport over beheer, onderhoud van vernieuwing van de drukriolering in de 10 Achterhoek+ gemeenten. 

Het rapport over beheer, onderhoud en vernieuwing van drukriolering is uitgewerkt in de vorm van de routeplanner afvalwater buitengebied Achterhoek+. 

De gemeenten Bronckhorst, Lochem, Oost-Gelre, Winterwijk en Zutphen en waterschap Rijn en IJssel hebben deze routeplanner gezamenlijk uitgewerkt. 

De routeplanner is opgesteld met Leaf, Dusseldorp Rioolservice en Broks-Messelaar Consultancy als adviesteam waarbij vertegenwoordigers van STOWA en RIONED betrokken zijn. 

De kern van de route Voor de korte termijn (komende 10 jaar) is als volgt: 

1. Optimalisatie van beheer en onderhoud van bestaande drukriolering, door: 

  • analyse van storingsdata en opsporen van kritische onderdelen drukriolering en foutieve lozingen, 
  • per cluster drukriolering doorrekenen van huidige systeem en afvalwateraanbod voor betere afstemming aanbod en capaciteit 
  • gericht opsporen van foutieve lozingen en herstel, eventuele handhavingsacties, 
  • herhaalde voorlichting specifiek gericht op afvalwaterlozingen op drukriolering, 
  • directe communicatie met bewoners en bedrijven bij het oplossen van storingen. 

Naar verwachting kan hiermee in totaal een jaarlijkse besparing van € 250.000,- worden behaald. Daar staan wel kosten tegenover voor intensieve aanpak hiervan (analyse, opsporing/aanpak ‘recidiven’, voorlichting, verbeteringen systeem). 

2. Landelijke actie voor reparatie van het capaciteitstarief 

Bij volledig herstel van de ongewenste kosteneffecten van de invoering van het capaciteitstarief in 2009, kan hiermee een besparing van € 450.000 per jaar voor de regio worden gerealiseerd. 

3. Kennis en ervaring opdoen met nieuwe sanitatie door het uitvoeren van experimenten en de (inter)nationale ontwikkelingen op dit gebied te volgen, zodat op de middellange termijn voldoende expertise beschikbaar is voor inpassing hiervan in de bestaande drukriolering systemen (transitie naar hybride systemen). 

4. Op korte termijn uitvoeren van de business case Zwiepseweg te Lochem, voor toepassing stappenplan en kosten-batenanalyse, waarbij ook de resultaten van het landelijk onderzoek ‘Keuzepalet afvalwater buitengebied’ (STOWA-RIONED) worden meegenomen. 

De komende 10 jaar worden dus geen grootschalige aanpassingen in de drukriolering voorgesteld. Waar zich (capaciteits)problemen voordoen, wordt bekeken of dit wordt veroorzaakt door foutief lozingsgedrag. Als blijkt dat het systeem moet worden aangepast, volgt in overleg tussen gemeente en waterschap een maatwerk afweging, waarbij via een quick scan ook de mogelijkheden van nieuwe sanitatie worden beschouwd. 

De beide bovengenoemde rapportages bevatten een schat aan informatie voor de liefhebber!

4. Verlengen van levensduur 

De samenwerkingskans levensduurverlenging is uitgewerkt door de gemeenten Aalten, Doetinchem, Montferland en Oude IJsselstreek. De verwachting is dat levensduur verlenging aanzienlijke kostenbesparingen kan opleveren, afhankelijk van de lokale situatie. Naast levensduurverlenging is ook aandacht besteed aan renovatie/relinen. Rapport Levensduurverlenging en renovatiestratie.

Gericht op de vraag “renoveren of vervangen” heeft de projectgroep voor de “Beslisboom maatregelen (figuur 3.1)” uit de module C3000 van de Leidraad Riolering een nieuwe beslisboom opgezet. Deze beslisboom heet “maatregeltype Achterhoek+ 

Samenvatting conclusies en aanbevelingen 

Deze tijd van budgetvermindering en het minder-meer-principe uit het bestuursakkoord water, vraagt om maatregelen om tot een aangepast, efficiënt en doelmatig beheer te komen. Door in te zetten op een aangepaste beheerstrategie is een behoorlijke reductie van de kosten mogelijk. Hoe hoog deze reductie is, is echter geheel afhankelijk van de huidige situatie bij de gemeentes en de keuzes die zij maken. 

Levensduur rioolbuizen: Op basis van de ervaringen van de gemeenten in onze regio kan de technische levensduur van de riolen naar boven worden bijgesteld. Gemiddeld wordt aangegeven dat aan betonnen riolen een technische levensduur van 70 -75 jaar kan worden toegekend. 

Inspecteren en monitoren: Het is erg belangrijk om de huidige kwaliteit van het rioolstelsel in beeld te hebben voor het opstellen van een planning en raming en het bepalen van de juiste maatregel. Om een goed inzicht te krijgen in de resterende levensduur en om te kunnen sturen op risico’s is het belangrijk om de kwaliteitsontwikkeling van een stelsel te volgen en vast te leggen. 

Risicoprofielen: Door risicoprofielen vast te stellen en de te nemen maatregelen te bepalen op basis van de schadebeelden en het risico dat gelopen wordt, kan, door het zo lang mogelijk uitvoeren van (deel)reparaties, de levensduur van het stelsel in straten met een laag risico worden verlengd. 

Repareren, vervangen of renoveren: De projectgroep kan op basis van representatieve ervaringen in de regio bevestigen dat met relinen een besparing te bereiken is van 30 – 50%. Omdat de relining vergelijkbaar moet zijn met nieuwe aanleg, dient men echter wel de kwaliteit van putten en huis- en kolkaansluitingen mee te nemen in de afweging. De afweging relinen of vervangen blijft echter voor elke situatie maatwerk. Middels de beslisboom heeft de projectgroep een poging ondernomen hiervoor een handreiking te leveren. 

Kennisdeling: Alle gemeenten bepalen zelf de wijze en frequentie van inspecteren, het vaststellen van maatgevende schadebeelden en het vaststellen van de resterende levensduur, of laten zich hierin door externe partijen ondersteunen. Door deze kennis te delen en werkwijzen en ervaringen met elkaar te bespreken, kunnen werkwijzen en processen mogelijk worden bijgestuurd naar aanleiding van deze ervaringen. 

Bepaling restlevensduur: Uit het onderzoek van Montferland is gebleken dat de softwarematig berekende levensduur niet overeenkomt met de daadwerkelijke restlevensduur welke wordt bepaald middels het beoordelen van de inspectiebeelden. Het bepalen van de restlevensduur vraagt om inzicht en lokale kennis van de beheerders. 

5. Alternatieve financieringssystematiek 

De gemeenten Aalten, Bronckhorst en Oost Gelre hebben zich gebogen over alternatieve financieringswijzen. Eindrapport Alternatieve Financiering Riolering.

Grofweg komt de conclusie er op neer dat alternatieve financieringswijzen niet realistisch zijn, niet binnen het BBV passen of niet aansluiten op het profijtbeginsel. Het is simpelweg niet mogelijk om met een schone lei te beginnen , gezien de hoge boekwaarde. Aanpassing zal al snel leiden tot een kosten opdrijvend effect op de korte termijn. 

Hiernaast geldt dat besparingen als gevolg een alternatieve financieringstechniek niet meetellen in het kader van het BAW. 

De projectgroep doet de uitspraak dat minder uitgeven/investeren de beste manier is om te besparen, zonder een uitspraak doen over de kwaliteit c.q. technische consequenties. 

6. Omgaan met wateroverlast en klimaatverandering 

Het meest recente resultaat naar aanleiding van het maatregelenprogramma is het rapport Toolbox wateroverlast en klimaatverandering Achterhoek+. 

Deze toolbox is modulair opgezet. De modules geven praktische informatie en handvatten om mee aan de slag te gaan. De meeste aandacht gaat daarbij uit naar regenwateroverlast in bebouwd gebied, maar ook de gevolgen van klimaatverandering voor met name hitte en droogte in bebouwd gebied worden meegenomen. Het resultaat levert een beter beeld op van ‘wat er nodig is en hoe dat aan te pakken’. Voor de toolbox zijn de praktijkervaringen in de regio en daarbuiten verzameld. Deze ervaringen zijn in de betreffende modules opgenomen. 

Module A – Adaptatiestrategie 

Deze module geeft handvatten voor een (regionale) adaptatiestrategie, gericht op het stedelijk gebied. Hierin worden de volgende onderdelen van een adaptatiestrategie toegelicht: 

1. de agendapunten: wat zijn de opgaven, 
2. het handelingsperspectief en de fasering: welke aanpak te volgen, stapsgewijs anticiperen 
3. de positionering: hoe zien taken, rollen en organisatie er uit 
4. en de communicatie, opgenomen in module H. 

Module B – Klimaatparagraaf 

Module B beschrijft de aandachtspunten voor borging van ruimtelijke adaptatie in een ruimtelijk/omgevingsplan. Dit kan in een afzonderlijke ‘klimaatparagraaf’ of – bij voorkeur – als integraal onderdeel van het totale plan. Navolgend kader geeft een toelichting op de inbedding van de adaptatiestrategie en de klimaatparagraaf in de omgevingsvisie of het omgevingsplan. 

Module C – Extreme neerslag 

Module C is gericht op het in beeld brengen van de zogenaamde ‘blootstelling’: in welke mate ontstaat water op straat, welke waterniveaus treden op en hoe lang. De module geeft informatie over: 

- met welke hoeveelheden en intensiteiten neerslag rekening te houden, welke typen buien waarvoor te gebruiken, 
- met welke typen rekenmodellen de effecten van extreme neerslag zijn te berekenen, 
- en de functionaliteit van de verschillende soorten rekentools. 

Module D – Hitte & Droogte 

Deze module geeft handen en voeten aan het containerbegrip ‘hittestress’ en de verschillende soorten temperatuur die hiervoor in beeld gebracht kunnen worden. Verder worden rekenmodellen toegelicht voor simulatie van verschillende soorten temperatuur én de effecten van ‘hitte-maatregelen’, en een methode om hittegerelateerde gezondheidsrisico’s in beeld te brengen. De module beschrijft daarnaast manieren om de gevolgen van droogte in beeld te brengen met de (beperkt) beschikbare tools hiervoor. 

Module E – Schadegevoeligheid 

De schadegevoeligheid wordt meestal uitgedrukt in euro’s directe schade, aantallen ongevallen of sterfte, productieverlies in euro’s, kwaliteitsverlies van groen, etc. bij een bepaalde blootstelling. Dit kan zowel met behulp van rekenmodellen als door verzameling van (meet)gegevens. Module E beschrijft een aantal tools hiervoor, voor zowel wateroverlast, hitte en droogte. 

Module F – Vitale en kwetsbare infra en objecten 

Een aparte categorie van schade door wateroverlast, hitte of droogte zijn de indirecte effecten door uitval van vitale en kwetsbare infrastructuur en objecten, de zogenaamde cascade-effecten. De gevolgen hiervan kunnen (zeer) groot zijn. Module F biedt een handreiking om regionaal inzicht te krijgen in de indirecte effecten van wateroverlast, zowel voor gemeenten en waterschap als voor andere stakeholders. Met dit inzicht kunnen vervolgens, samen met bijvoorbeeld energie-, gas- en drinkwaterbedrijven, stappen worden gezet om deze cascade-effecten te voorkomen. 

Module G – Maatregelen tijdens optreden regenwateroverlast 

Deze module geeft een overzicht van ‘best practices’; maatregelen die genomen kunnen worden vlak voor, tijdens en na een hoosbui. Deze module kan voor de eigen organisatie worden uitgewerkt, waarbij het resultaat daarvan ook heel nuttig kan zijn om te delen met andere gemeenten in de regio, bijvoorbeeld via het Technisch Overleg Riolering of het Beraad Water. 

Module H – Communicatie 

Effectief communiceren vraagt een praktische uitwerking. Er zijn verschillende doelgroepen die gemeente en/of waterschap op verschillende momenten en met een verschillend doel wil bereiken. Deze module beschrijft een plan van aanpak voor elke doelgroep. Uitwerking van (onderdelen van) deze module ondersteunt de uniformiteit in de regio in (het moment van) de boodschap, een goede voorbereiding voor reactie na een hevige bui met wateroverlast en samenwerking met andere partners/organisaties. 

7. Ook regionale themabijeenkomsten in Achterhoek+ 

Achterhoek+ is bij uitstek een platform om kennis te delen, zaken die voor iedereen gelden gezamenlijk uitwerken. Het gaat daarbij om de grotere onderwerpen waarmee we allemaal te maken krijgen en waarvan het handig is dat je het niet allemaal zelf hoeft te bedenken. Om daaraan invulling te geven organiseert de regio Achterhoek+ één a twee keer per jaar een regionale themabijeenkomst. 

Op 10 maart 2016 vond de themabijeenkomst “Klimaatklaar? Maak uw dorp of stad geschikt voor het nieuwe klimaat !” plaats met gastsprekers Peter Kuipers Munneke (NOS weerman) en Hiltrud Pötz (oprichter en eigenaar van atelier GROENBLAUW). 

Op 12 april 2017 is de themabijeenkomst over het stedelijk watersysteem “We spreken af bij de waterkant” gehouden. Tijdens deze bijeenkomst lag de nadruk op samenwerking aan de waterkant tussen waterschap en gemeenten en tussen de diverse disciplines. Het doel van de bijeenkomst was verbinding leggen tussen waterschap en gemeenten en gemeenten onderling maar ook het verbeteren van de interne contacten om te komen tot verbetering van de kwaliteit en vermindering van kwetsbaarheid. Impressieverslag themabijeenkomst stedelijk watersysteem “We spreken af bij de waterkant”

Aankondiging Themabijeenkomst “We spreken af bij de waterkant”

Op 30 november 2017 is er een themabijeenkomst “Omgevingswàt?" gepland over de Omgevingswet, de invulling hiervan met watergerelateerde onderwerpen en de eventuele gezamenlijke aanpak hiervan in de regio. 

Gerelateerde nieuwsberichten uit deze regio:

 

 

Deze wiki is qua informatie-voorziening continue in ontwikkeling en is op dit moment als beta-versie live gezet. Hierdoor kan het voorkomen dat informatie nog onvolledig is of aangevuld dient te worden.

Voor aanvulling (uit bijvoorbeeld uw regio) kunt u zelf uw informatie aandragen. Schroom dus niet om reacties te leveren! Neem hiervoor contact op met N.Schinkelshoek.