Waternetwerk bijeenkomst Toekomstvisie Riolering (17 juni 2010)

Op 17 juni is door Waternetwerk het symposium Toekomstvisie Riolering georganiseerd. De bijeenkomst met circa 50 deelnemers vanuit  vooral gemeenten, waterschappen en adviesbureaus,  was gericht op het handen en voeten geven aan de visie. Dat bleek nog knap lastig: wat is de lange termijn visie en hoe zetten we stappen in die richting?

Wicher Worst, Gert Dekker en Aad Oomens hebben de deelnemers opgewarmd met historische ontwikkelingen in de sector,  een beeld van nieuwe ontwikkelingen en een overzicht met relevante kengetallen. Daarna is in vier groepen gediscussieerd over de toekomst van (verbeterd) gescheiden stelsels, gemengde stelsels en het buitengebied. Enkele ideeën:

  • In het buitengebied zal lokaal samengewerkt worden tussen partijen om met minimaal transport uit reststromen en bioafval energie, grondstoffen en water te leveren.
  • Het verbeterd gescheiden stelsel zal blijven functioneren; er vindt geen grootschalige ombouw plaats, maar veel meer het beter in de vingers krijgen van het bestaande systeem, onder meer door sensoring.
  • Bij het gescheiden stelsel wordt gezocht naar inpassing van nieuwe systemen om bijvoorbeeld grondstoffen terug te winnen.
  • Het gemengde systeem is zeer praktisch en goed te onderhouden. Ontwikkelingen als terugwinnen van energie en grondstoffen en het verwijderen van medicijnresten lijken echter beter mogelijk bij scheiden van afvalstromen. Door het creëren van goede voorbeelden en door gezamenlijk onderzoek moeten alternatieven voor het gemengde stelsel beschikbaar komen en zicht gekregen worden op de vuilwaterverwerking en het anders omgaan met regenwater van de toekomst.

Uit de bijeenkomst kan een aantal lessen worden geleerd voor het innovatietraject:

  • Er spelen “grote” vraagstukken: de beschikbaarheid van fossiele brandstof is eindig, het fosfaat raakt deze eeuw op, medicijnresten en hormoonverstorende stoffen bevinden zich in de keten, nieuwe stoffen zoals bijvoorbeeld voortkomend uit nanotechnologie en gentechnologie zullen hun intrede doen.  “Hier moeten we met de waterketen op inspelen…”. Maar hoe? De uitdaging is om de grote vraagstukken te verbinden met de praktijk van alledag: wat betekent het voor de rioleur die met een grootschalige herinrichting aan de slag gaat? 
  • Om verbeteringen te realiseren zijn er spraakmakende voorbeelden van een nieuwe aanpak nodig: laten zien dat het anders kan. Dit kan in het begin in bijvoorbeeld nieuwbouwwijken, maar zal zich ook moeten gaan richten op bestaande wijken en infrastructuur. Immers dat vormt het grootste areaal.
  • Dat we denken in termen van veranderen en verbeteren wil niet zeggen dat we het tot nu toe niet goed gedaan hebben. We kunnen trots zijn op de manier waarop de waterketen in Nederland is ingericht. Het heeft een enorme impuls betekend voor de volksgezondheid en de leefomgeving in Nederland.
  • De afgelopen jaren is er veel gewerkt aan het anders omgaan met hemelwater (afkoppelen en dergelijke). We zullen nu nadrukkelijk moeten nadenken over het anders verwerken van vuilwater: wellicht afvalwatermachines in huis of in een wijk? 
  • Er is veel meer toekomstgericht onderzoek op landelijk niveau nodig. De krachten moeten gebundeld en de onderzoeksvraag gestimuleerd worden. Daarbij helpen de discussies zoals gevoerd tijdens de bijeenkomst.