Nieuws

Algemeen overleg Tweede kamer

Algemeen overleg Tweede kamer

Woensdag 24 juni heeft de Tweede Kamer commissie van I&M in een Algemeen Overleg over verschillende aspecten van het waterbeheer gesproken. De commissie stond het meest uitgebreid stil bij waterkwaliteit, maar ook waterveiligheid en de waterketen kwamen aan bod.

Waterketen:

De commissieleden stonden kort stil bij het doelmatig beheer van de waterketen. Het rapport van de visitatiecommissie waterketen werd aangehaald door zowel D66 als de VVD. Er werd onderkent dat de regio's goed op weg zijn om de besparingen te behalen, maar de minister wordt gevraagd hoe ze invulling wil geven aan de extra inspanning die de visitatiecommissie water nodig acht om de doelen van het Bestuursakkoord water te halen. De minister heeft aangegeven dat dit opgepakt wordt door de koepels en het rijk. Daarbij zal de minister jaarlijks aan de Tweede Kamer blijven rapporteren over de voortgang.  

Het CDA vraagt naar aanleiding van het rapport van de Adviescommissie Water over innovatie in de waterketen de minister om aan te geven welke belemmeringen er voor innovatie zijn en welke oplossingsrichtingen ze ziet. De minister zegt toe dit samen met de partners van het bestuursakkoord water uit te werken en de Kamer hierover in het najaar te informeren. 1 van de belemmeringen die het CDA ziet zijn de BTW-nadelen bij samenwerking. De minister geeft aan dat dit voortkomt uit EU regelgeving. Er wordt nog voor de zomer een verkennend gesprek binnen de EU gevoerd over een verbreding van de koepelvrijstelling voor BTW waardoor dit probleem mogelijk opgelost kan worden.  

De PvdA vraagt wat de minister gaat doen om een meer eenduidige afstemming bij de handhaving van indirecte lozingen. Uitvoeringsdiensten en waterschappen zitten nu soms op elkaar te wachten. De minister geeft aan dat dit in de Omgevingswet wordt opgelost door waterschappen bij (dreigende) calamiteiten de bevoegdheid te geven onmiddelijke handhaving te vorderen van het bevoegd gezag.  

Waterkwaliteit:

Bij de commissie heersen vragen of er wel voldoende landelijke regie is op waterkwaliteit. Er zijn 200 gebiedsdossiers, maar is er ook op nationaal niveau afstemming. De minister geeft aan dat waaterkwaliteit wordt besproken in de stuurgroep water. Daarin zijn de Regionale Bestuurlijke Overrleggen voor de KRW vertegenwoordigt. Door de stuurgroep te koppelen met het Nationaal Bestuurlijk Overleg Deltaprogramma is de samenhang en afstemming met het Deltaplan Zoetwater geborgt. 

Op de vraag of de watertoets expliciet uitgebreid moet worden met zoetwater geeft de minister aan dat de watertoets in principe alle waterbelangen bij ruimtelijke ontwikkeling zou moeten betreffen. Ze ziet geen noodzaak de watertoets hiervoor aan te passen.

De verschillende fracties stellen vragen over de negatieve beoordeling door de EU over de Nederlandse implementatie van de KRW. De minister geeft aan dat de systematiek van 1 out-all out (onvoldoende op 1 waterkwaliteitsindicator betekent onvoldoende voor het hele waterlichaam) de voortuitgang in Nederland onvoldoende naar boven komt en het algemene beeld veel te negatief is. In de EU wordt overlegd om ook de vooruitgang in beeld te brengen. Zo wordt er meer recht gedaan aan de inspanningen en resultaten van het Nederlandse waterkwaliteitsbeleid. Verder stelt het rijk een strategie voor geneesmiddelen op waarmee ze een ketenaanpak wil stimuleren om het gehalte aan medicijnresten in water te verminderen. Dat reikt van bronaanpak en inkoop/gebruik in ziekenhuizen tot verdergaande zuiveringstechnieken. Ze wil hiermee ook gebruik gaan maken van EU gelden voor onderzoek. 

De Partij voor de Dieren stelt dat een groot deel van het waterkwaliteitsprobleem veroorzaakt wordt door mest en landbouwgif. De minister geeft aan dat met het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer de waterbeheerders en de agrarische sector al werken aan vermindering van uitstoot en vervuiling.

Er wordt door verschillende fracties aangedrongen op een betere afstemming tussen de KRW, het toelatingsbeleid van bestrijdingsmiddelen en de Nitraatrichtlijn omdat hier tegenstrijdige eisen uit voortkomen. De minister zegt toe de Tweede Kamer in het najaar nader te informeren over de samenhang tussen KRW, bestrijdingsmiddelen en de Nitraatrichtlijn.

Waterveiligheid:

De SP en D66 hebben vraagtekens bij de maximale piekafvoer bij Lobith. De berekende 18.000 m3/s bepaalt in grote mate welke maatregelen er nodig zijn. Als dit onrealistisch hoog is ingeschat lopen de kosten voor waterveiligheid onnodig hoog op door maatregelen zoals de hoogwatergeul bij Vaarik-Heeselt. De minister geeft aan dat dit op basis van de huidige kennis een realistische schatting lijkt. Het Expertise Netwerk Waterveiligheid voert hier echter nog een onderzoek naar uit. De minister zegt toe dit in het najaar met de Tweede Kamer te bespreken.

CDA en D66 vragen de minister waarom de regionale keringen pas vanaf 2021 aan bod komen voor eventuele maatregelen. De minister geeft aan dat voor het hoogwaterbeschermingsprogramma geprioriteerd wordt op overstromingsrisico waarbij primaire keringen voorrang krijgen vanwege de grotere risico's. De prioritering  is nodig vanwege beschikbare budgetten. Wel geeft ze aan dat we ook in de huidige situatie een hoog veiligheidsniveau hebben, zeker in vergelijking met het buitenland.

Een aandachtspunt is de kennis en kunde bij RWS. Hierin wordt nu door het rijk fors geinvesteerd.

Overige toezeggingen:

  • De minister heeft toegezegd dit najaar met een routekaart te komen om alle wateractiviteiten afkomstig uit het Nationaal Waterplan, het Deltaprogramma en voor waterkwaliteit in rij en gelid te zetten
  • In het najaar komt er een VAO water.
  • In het najaar komt er een brief over de ontwikkeling van de drinkwatertarieven en de mate van transparantie daarbij (onderzoek ILT).
  • In het AO bodem is al toegezegd dat er een nationale strategie bodemdaling komt.