Nieuws

Samenwerken in de afvalwaterketen is mensenwerk

Samenwerken in de afvalwaterketen is mensenwerk

Doelmatig samenwerken in het stedelijk waterbeheer begint bij interesse. We kunnen meer kwaliteit realiseren als we interesse tonen in wat anderen beweegt en in wat zich in de echte praktijk voordoet: klein, lokaal en concreet. Via interesse, begrip en waardering, ontstaat vertrouwen. Dan kan het échte samenwerken beginnen.

Het doelmatig werken aan stedelijke watersystemen met riolering, zuiveringen, grondwater, oppervlaktewater, oevers, ecologische waarden en relaties met wegen en groen, is fundamenteel anders dan het aansturen van een machine. Er is geen vanzelfsprekende relatie tussen het bedenken van maatregelen en het gaan voldoen aan de watersysteemeisen. Wie in de praktijk met stedelijk waterbeheer en de waterketen aan de slag gaat, merkt dat het voor een belangrijk deel mensenwerk is. Watersystemen zijn ingebed in een sociaal landschap waar mensen met verschillende posities, opvattingen en drijfveren elkaar beïnvloeden. Om in dit landschap te kunnen overtuigen, moet je de schoonheid inzien van het spel dat mensen spelen. Zo vormt zich kennis. Maar wij merken dat veel water- en rioleringsbeheerders de verwikkelingen in het sociale landschap lastig en vervelend vinden en deze negeren of (proberen te) vermijden. En dat komt de doelmatigheid niet ten goede. Voor de kenniscoaches die binnenkort aan de slag gaan, ligt hier de grootste uitdaging.

Praktijkvoorbeeld: het Moeras
Als voorbeeld een persoonlijk verhaal. Jaren geleden, lang voor de komst van autonavigatiesystemen, reed ik (Govert) naar een stadje aan de rand van de Veluwe, met de kaart van Nederland uitgevouwen op de bijrijdersstoel. Ik was de dag ervoor gebeld door iemand van een woningbouw¬corporatie. Bij een van hun projecten was sprake van grondwateroverlast. Vlak nadat ik het stadje was binnengereden, zag ik een inwoner op een bankje zitten: zwart jasje, zwarte zeemanspet, kauwend op pruimtabak en een jaar of 80, schatte ik. Ik stopte de auto, stapte uit en vroeg hem: “Meneer, kunt u mij misschien vertellen waar ik de wijk De Brake kan vinden?” De man hoefde niet lang na te denken. “Oh, het Moeras… dan moet u hier rechtsaf!” Daarmee was al een deel van de puzzel opgelost. De autochtone bewoners noemen de wijk het Moeras, omdat het voorheen een moeras was, volgebouwd in de droge jaren 70. Waterlopen werden gedempt. Maar de jaren 80 waren natter en het grondwater kwam omhoog.

In de wijk zelf bleken enkele kruipruimtes plaatselijk anderhalve meter diep te zijn, deels met puin gevuld. Zo had de aannemer de grondbalans sluitend gekregen en hoefde hij minder puin af te voeren. Er stond een flinke laag water in de kruipruimten. Bij enkele woningen was tegen de onderkant van de niet-geïsoleerde beganegrondvloeren een laag purschuim gespoten. “Dat werkt gegarandeerd”, had de man gezegd van het bedrijfje dat het schuim had aangebracht. Aan de onderkant van het schuim vormden zich waterdruppels, die na verloop van tijd naar beneden vielen. “Pling… pling”, hoorden de mensen die boven de kruipruimteklankkast woonden de hele dag door. “Het lijkt hier wel de grotten van Han”, vertelde een huurder. Er zat schimmel op de wanden. De huizen waren kierdicht afgewerkt en voorzien van mechanische ventilatie. Maar veel bewoners hadden de ventilatie uitgezet, omdat de motor te veel lawaai maakte.
Elk vraagstuk is uniek

Het hierboven beschreven voorbeeld laat een unieke situatie zien. Een bijzondere combinatie van factoren kleurt het vraagstuk. Maar geldt dat niet voor elk project? Op papier lijken veel vraagstukken gelijk. Maar wie zich verdiept in de echte praktijk, leert dat elk stedelijk watervraagstuk uitzonderlijk is. Of het nu riolering, grondwater of oppervlaktewater betreft. Je moet ze dan ook niet te allen tijde te lijf willen gaan met generieke normen, regels en protocollen. In de wijk De Brake moet je niet proberen de grondwaterstanden te verlagen door de normen in het f17-dictaat van de TU Delft toe de passen, die zijn afgeleid van ervaringen in Lelystad en Almere. Dan verlaag je grondwaterstanden tot ver in de omtrek. Je kunt beter contact zoeken met iemand die veel weet van bouwfysica. Natuurlijk moet je zo veel mogelijk de beschikbare informatie over de staat en het functioneren van het watersysteem gebruiken, maar vergeet niet om ook de wijk in te gaan en te praten met… mensen.

Lees meer